Met hulp van ’n Tweede Thuis Dichtbij: van behandelgroep en wachtlijst naar pleegmoeder en nu terug thuis.
Cathy herinnert het zich nog als de dag van gister, het moment dat haar kinderen uit huis werden geplaatst. Sindsdien heeft ze gestreden voor haar kroost en voor een betere toekomst. Nu, dertien jaar later, woont dochter Nova (16) weer thuis. Het was pleegmoeder Ingrid die zag hoe ontspannen Nova was na een bezoek aan haar moeder. “Daar moeten we iets mee”, gaf ze aan bij de pleegzorgbegeleider. De contactmomenten werden verder opgebouwd, tot Nova volledig terug naar huis kon.
Nova was drie jaar toen jeugdzorg besloot dat haar moeder Cathy niet langer voor haar kon zorgen. Ze werd uithuisgeplaatst. Dat moment herinnert Nova zich niet, maar de jaren erna waren moeilijk. Ze groeide op binnen de jeugdzorg en bewoog van therapie naar therapie. “Vooral de afgelopen drie jaar heb ik hard aan mezelf gewerkt en mezelf goed leren kennen. Eerst anderhalf jaar bij de behandelgroep van Sterk Huis en daarna anderhalf jaar bij mijn pleegmoeder Ingrid. Bij haar vond ik de rust die ik nodig had”, deelt Nova.
Wachtlijst
Na afronding van de behandelgroep stond Nova al lange tijd op de wachtlijst voor een gezinshuis, maar een passende plek werd niet gevonden. Vanuit deze uitzichtloze situatie werd ’n Tweede Thuis Dichtbij ingeschakeld, om een geschikte opvoeder voor Nova te vinden, onder begeleiding van het gezinshuisteam. “Nova had een plek nodig om tot zichzelf te komen”, vertelt Ingrid. “Zo kwam ’n Tweede Thuis Dichtbij tot onze match. Ik had ruimte in mijn hart, hoofd en huis voor een pleegjongere, zonder eigen verwachtingen.”
Rust
Ingrid vervolgt: “Bij mij ‘moet’ je niet zo veel, behalve naar school gaan. Als je in het weekend lekker wil uitslapen, dan doe je dat. Een jongere hoef je niet meer op te voeden, alleen nog maar te coachen. Die vorm van pleegzorg past bij mij.” Bij Ingrid was er vooral rust. “Daar was ik wel aan toe”, zegt Nova. “Het klikte meteen goed tussen ons. Een week na onze eerste ontmoeting was ik mijn kamer al aan het verven. Deze plek was precies wat ik nodig had: de rust, fijne communicatie, humor en het luchtige.”
“Ik had ruimte in mijn hart, hoofd en huis voor een pleegjongere.” – Pleegmoeder Ingrid
Gezien en gehoord
Ook moeder Cathy voelde zich intussen weer gezien en gehoord. “Dat begon al toen Nova op de behandelgroep van Sterk Huis woonde”, blikt Cathy terug, “dat ik als ouder weer ‘meedeed’. Ik had Nova jaren moeten missen, maar ineens mocht ik langskomen wanneer Nova en ik daar behoefte aan hadden. Heerlijk was dat. Het maakte me niet uit dat ik daarvoor drie uur met de bus moest. Als ouder wil je betrokken worden. Dat begreep Ingrid ook heel goed, dat die banden niet verbroken mogen worden. Ingrid en ik hadden niet veel contact, maar we wisten elkaar te vinden op de momenten dat het nodig was. Ik was vooral blij dat ze Nova een luisterend oor bood.” Ingrid reageert bescheiden: “Je moet zuinig zijn op andermans kind.”
Het beste voor Nova
Wat Ingrid opviel was dat Nova steeds meer behoefte had om bij haar moeder te zijn. “Het contact met de eigen ouder(s) en familie is zo belangrijk voor een kind. Als het veilig is, moet je dat altijd stimuleren, uittesten en uitbreiden”, vindt ze. “Gelukkig kon ik hierover goed sparren met de pleegzorgbegeleider. Samen vroegen we ons af: wat is nu écht het beste voor Nova? In goed overleg met de gedragswetenschapper en met toestemming van jeugdzorg is het contact verder opgebouwd. Dit heeft krachtig uitgepakt.”
Helend
“Nova: “Ik mocht steeds vaker naar mama. Eerst één weekend per maand, daarna om het weekend en soms ook tussendoor. Bijvoorbeeld die ene zaterdagavond toen het uitging met mijn vriend. Daar was ik echt kapot van. Ingrid: “Jij kon op dat moment alleen getroost worden door je moeder. Ook op andere momenten hebben we je moeder gevraagd er voor je te zijn, bijvoorbeeld bij je diploma-uitreiking. Haar aanwezigheid was waardevol en helend voor jou.” Nova: “Eindelijk hoefde ik niet meer uit te leggen waar mijn moeder was. Op de basisschool voelde ik me vaak een buitenbeentje, omdat mijn moeder op belangrijke momenten niet aanwezig mocht zijn.”
“Op de basisschool voelde ik me vaak een buitenbeentje, omdat mijn moeder op belangrijke momenten niet aanwezig mocht zijn.” – Nova
Terug thuis
“Als pleegouder moet je openstaan voor het contact met de ouders en andere familie, zoals broertjes en zusjes”, zegt Ingrid. “Er zijn vaak onmogelijkheden, maar als het contact veilig is, zijn er vooral veel mogelijkheden. Als Nova terugkwam van haar moeder zag ik zoveel ontspanning in haar gezicht. De erkenning die ze bij haar moeder kreeg en zo hard nodig had, kon ik haar niet geven. Toen wist ik: Nova moet volledig terug naar huis. Nova grapt: “Ook omdat ik maar bleef zeuren.” Ingrid lacht: “Dat ook ja. Ook de pleegzorgbegeleider stond volledig achter het idee. Zij vond het belangrijk dat Nova op deze leeftijd – voordat ze straks achttien en zelfstandig is – nog dingen kan uitzoeken met haar moeder, onder begeleiding van jeugdzorg.”
“De erkenning die ze bij haar moeder kreeg en zo hard nodig had, kon ik haar niet geven.” – Pleegmoeder Ingrid
Sterk
Er was één voorwaarde: voordat Nova terug naar haar moeder ging, moest ze school afronden. “Dat is gelukt door de rust die ik bij Ingrid vond”, laat Nova weten. “Nou, dat heb je helemaal zelf gedaan. Zo ongelofelijk knap, na alles wat je hebt meegemaakt. Man, wat ben jij sterk, ook hoe je nu met je toekomst bezig bent, geweldig”, complimenteert Ingrid. “Ik heb Nova nu losgelaten, omdat ik zie dat het goed gaat. Mocht er ooit iets zijn, dan weet ze me te vinden.”
Geef niet op
Ook Cathy reageert trots: “Nova is weer thuis. Ze is een stuk ouder dan toen ze uit huis werd geplaatst, maar het contact tussen ons, hoe wij met elkaar omgaan, is niet veranderd. Alsof het nooit anders is geweest. Dat wil ik andere ouders ook meegeven: blijf gaan voor je kind. Er zijn genoeg mensen die na zo’n lange tijd opgeven, maar je kind gaat dan anders naar je kijken: Huh, waarom vecht je niet meer voor mij? Blijf hoopvol en strijdbaar. Als de situatie het toelaat, kom je weer terug bij elkaar. Kijk maar naar ons.”